Leeuwarder Courant, September 2006, door Wim Schrijver
Homo Islamicus versus Homo Secularis
Inzicht krijgen in wat moslims bezielt? Onbegonnen werk. De welwillende burger zal de frustratie herkennen van filosoof Bart Brandsma toen die via allerlei handwerken en ‘islam voor dummies’-achtige boeken de moslimwereld probeerde te doorgronden. ‘Het is soms om gek van te worden’, aldus Brandsma. ‘Al die splitsingen in scholen waarvan je zo slecht kunt bepalen of het relevant is om ze te kennen of te onthouden.’ Of in gesprekken met moslims zelf, krijg je ontmoedigende reacties als: ‘Ja, maar dat zijn geen echte moslims’. Hoe kom je, zo vroeg Barndsma zich af, tot bruikbare verklaringen en inzichten?
Hij kwam tot een boeiende filosofische vraag: is het mogelijk te weigeren om niet-moslim te zijn? (Terzijde: Brandsma legt die vraag ter beoordeling voor aan de - onlangs overleden - Friese filosoof Lolle Nauta. De beschrijving van zijn bezoek aan Nauta in zijn verpleeghuis is ontroerend.) De door Nauta goedgekeurde vraag leidde tot een even boeiend boek ‘De hel, dat is de ander’.
Brandsma, die als documentairemaker veel moslimlanden bezocht, poogt met zijn boek de verlamming te ontstijgen die voortkomt uit de dooddoener dat dé islam niet bestaat. Hij probeert het verschil in denken tussen moslims en niet-moslims bevattelijk bloot te leggen. En hij is daar goed in geslaagd.
De auteur introduceert twee menstypes; de homo islamicus en de homo secularis. Wanneer je de typische islamitische kenmerken van het eerste type zou schrappen hou je in feite een beschrijving over van de diepgelovige versus de ongelovige. Van degenen voor wie het geloof het een en al is en degenen die met de superioriteit van de westerse mens hoofdschuddend vaststellen dat de eersten hoognodig door de ‘Verlichting heen moeten’. De kloof tussen beiden is enorm.
‘Als de homo secularis iets gelooft, dan weet hij het niet’, aldus Brandsma. ‘Als de homo islamicus iets gelooft , heeft hij zekerheid.’ Beiden zijn ze volgens hem op zoek naar iets hogers. De eerste naar waarheid – zeg maar de rationele, wetenschappelijke benadering – de tweede jaagt waarachtigheid na: ‘Waarheid is een idee, waarachtigheid is een houding die ervaring en oefening vraagt’.
Voor degene die de verstrekkende consequenties van de twee w’s niet kan doorgronden; u bent bepaalt niet alleen en dat is juist het probleem. Het maakt, en dat stelt ook Brandsma vast, dat een werkelijke dialoog tussen die twee menstypes een uiterste krachtsinspanning vraagt van beide partijen. Maar, betoogt, Brandsma, het is een kwestie van fatsoen en beschaving om het toch te proberen.
Het boek van Brandsma is geen simpele ‘dialoog in tien stappen-gids’. En het herkennen en erkennen van die twee menstypen is al helemaal een opgave. Het is te hopen dat de aan het begin genoemde ‘welwillende burger’ toch een poging waagt. Maar vooral ook politici en andere, al dan niet geestelijke, leiders. Want de weg die Brandsma wijst om de tweedeling te bestrijden, lijkt een begaanbare. Voor mensen van goede wil, maar ja je moet ergens beginnen.