De Morgen, juli 2006, door Jos Geysels
Over ‘Wij’en ‘Zij’
Bij een Vlaamse boekenclub bestaat het vakantievoordeelpakket uit drie romans (Gestolen gezicht, In de schaduw van Saddam en De terroristenjaagster) waarin 'bewogen vrouwenlevens' in fundamentalistische regimes worden beschreven. Als je de drie boeken tegelijk koopt, krijg je een korting van meer dan zes euro. 811 bladzijden misère voor 17,5O euro. In het non-fictiegenre is het 'islam-alarmisme', zoals de Volkskrant het noemt, tot een volwaardig genre uitgegroeid. Ook hier is het aanbod groot.
Terwijl Europa sliep. De dreiging van de radicale islam van de Amerikaan Bruce Bawer behoort tot dit genre. Het is een collage van persoonlijke ervaringen en reportages, een combinatie van bekende feiten (de moord op Theo van Gogh en Pim Fortuyn, het groeiende antisemitisme,...) en commentaren op de toenemende invloed van radicale islamitische stromingen in Europa.
Bawer, die eerder een boek over de fundamentalistische christenen in zijn eigen land schreef, verliet de VS in 1998 en kwam terecht in het door hem "bewonderde Europa". Maar naarmate zijn verblijf langer duurt worden zijn verwondering en verontwaardiging over wat er met het oude continent gebeurt, alleen maar groter.
Voor 9/11 was Europa zo in de ban van het politiek correcte denken dat het weigerde de problemen met de islam te benoemen. "Diversiteit, respect en dialoog: ze behoorden tot de mantra van de politieke correctheid, een gewoonte die in het Amerikaanse denken een plaag is, maar in Europa een werkelijke godsdienst is geworden." De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het "Europese establishment dat bestaat uit politici, professoren, journalisten of functionarissen die rechtstreeks van de universiteit komen". Zij denken conformistisch. "Eigenzinnige denkers" zijn niet welkom in Europa. "Wie de boel eens wil opschudden wordt buitengesloten." Mensen "als Ronald Reagan of Arnold Schwarzenegger zouden in West-Europa nooit een dergelijke post als in de VS bereikt hebben". De uitzondering op de regel was, aldus Bawer, Silvio Berlusconi. Maar die werd "met volslagen minachting" door de media behandeld.
Bawer verwachtte dat 9/11 de "Europese gevestigde orde wakker zou schudden uit haar fantasie over Amerika en Israël als de twee grote beesten die er op aarde rondliepen". Maar ook daar wordt hij in teleurgesteld. Want het zijn de "Amerikanen en de Joden (!) die de schuld krijgen".
Het gevolg is dat Europa nu meer en meer lijkt op "een kaartenhuis dat door een vreemd volk, dat een krachtig zelfgevoel en een sterk geloof heeft, omver wordt geblazen".
Het is altijd interessant als een Amerikaan met een fijne kam door Europese denkbeelden gaat. Zeker als het iemand is die hier reeds een lange tijd verblijft en landen zoals Nederland en Noorwegen goed kent. Bawers opmerkingen over de clichés van Europeanen over de VS zijn dikwijls juist, zijn sneer naar de "holle retoriek" van de Europeanen die de islam wel tolerant benaderen maar toch weigeren om allochtonen als individuen en staatsburgers te beschouwen, is terecht.
Maar als hij zijn grove borstel gebruikt, worden zijn veralgemeningen soms lachwekkend en de commentaren irritant. "Journalistieke diversiteit in Europa is grotendeels een illusie", schrijft hij. Terwijl in de VS de media "als bijna vanzelf de neiging hebben een kritische positie in te nemen jegens politieke leiders, zijn de West-Europese media zelfs een instrument van de overheid". Is dat niet juist wat de door hem bewonderde Berlusconi trachtte te doen? De media in handen krijgen én houden.
De Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero krijgt kwalificaties mee als "de belichaming van de decadentie van het West-Europese establishment" en "een terroristische (verkiezings)kandidaat". En François Mitterrand was "naar verluidt een heimelijk antisemiet".
Bawer wil de Europese lezer wakker schudden. Maar hij verwart krachtig geformuleerde beweringen met beargumenteerde stellingen. Hij roept de islam op om zich "vrijzinniger" op te stellen en de gematigde moslims om de strijd tegen de extremisten aan te gaan. Maar door alle kritiek op de Amerikaanse en Israëlische politiek in het Midden-Oosten als "anti-Amerikaans" en "antisemitisch" te beschouwen vervalt hij in een denkschema waar alleen nog maar 'wij' en 'zij' overblijft.
Ook Bart Brandsma neemt afstand van het vrijblijvende multiculturalisme in De hel, dat is de ander. Het verschil in denken van moslims en niet-moslims. Maar in plaats van, zoals Bawer, grote antwoorden als een donderpreek te formuleren, tracht hij 'juiste vragen' te stellen.
Het gaat hem om de kunst van de maat van de vraag. Een denkstrategie die in het publieke debat weinig wordt toegepast. "Een zinvolle vraag is altijd precies zo ruim gesteld dat het antwoord erop nog mogelijk is en zo beperkt dat het antwoord nog zeggingskracht heeft", schrijft deze filosoof, journalist en programmamaker van onder meer de Nederlandse Moslimomroep en Amnesty International.
Op basis van het begrip 'homo islamicus' van Sadik al-Azm tracht hij algemene kenmerken te vinden van de moslim zonder goedkoop te generaliseren of het individu geweld aan te doen. "Discussies tussen moslims en niet-moslims verzanden vaak omdat de één een relativistisch standpunt inneemt en de ander een absolutistische positie." Daardoor lukt het niet om een common ground of gezamenlijk vertrekpunt te vinden.
De homo islamicus is een religieus mens met plichtsbesef en gehoorzaamheid als kenmerkende eigenschappen. Hij is geen winnaar op het politieke wereldtoneel. Dat geldt ook voor de Europese homo islamicus. Hij verkeert te midden van vijanden en gevaren. Want zijn identiteit bestaat bij de gratie van de buitenwereld terwijl de buitenwereld tegelijkertijd een grote bedreiging vormt voor zijn identiteit. "Een beschrijving van de homo islamicus is niet veel waard", schrijft Brandsma, "zonder deze consequentie van het groepsdenken - de mythe van de oemma - in te zien."
Tegenover hem staat de 'homo secularis'. Een rationeel mens van wie het vocabulaire vooral bepaald wordt door recht en rechtsbesef. Hij is de historische winnaar. Een goddelijke richtlijn ontbreekt bij hem, zijn richtsnoer is geluk. De homo secularis is een kennisdenker, de religieuze mens een wilsdenker.
Om uit deze tegenstelling te geraken moeten we volgens Brandsma vertrekken van de principes van de verlichting. Ook zichzelf ter discussie stellen. "Geen kritiek zonder zelfkritiek", zei de theoloog Hans Küng onlangs in Knack. Beseffen dat de zegen van de moderniteit ook een vloek bevat. En dat een terugkeer naar de monocultuur een "nostalgische illusie is die de betrekkingen tussen moslims en niet-moslims zwaar onder druk zet".
Deze dialoog zal niet makkelijk zijn. Omdat de grondhoudingen tegengesteld zijn. Wat voor de enen twijfel is, is voor de anderen ongeloof. "De waarheidszoeker staat hier tegenover de waarachtige", aldus Brandsma. Om tot een echte dialoog te komen zullen beide partijen niet langer mogen vasthouden aan de onvoorwaardelijke status van hun waarheid en waarachtigheid. De moslim verzuimt al eeuwen om het 'boek der schepping' te lezen, de huidige samenleving. Zolang dit boek ongelezen blijft, is interpretatie van het geloof onmogelijk. Maar verlichtingsfundamentalisten hebben een "blinde vlek in hun gezichtsveld als ze denken dat het debat over ideeën en idealen is afgesloten".
Geïnspireerd door de Israëlische filosoof Avishai Margalit introduceert Brandsma de begrippen 'fatsoen' en 'beschaving'. Fatsoen is de taak van de overheid om vernedering van haar burgers tegen te gaan. Beschaving is de houding van burgers die elkaar niet vernederen.. Fatsoen is de noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde. Als de burger verstek laat gaan terwijl de samenleving het goed geregeld heeft krijgen we een "beschaafd tekort". De Deense cartoondiscussie is voor Brandsma een uiting van een beschaafd tekort aan de kant van de homo secularis. De houding van veel moslims tegenover homo's illustreert het beschaafd tekort aan de andere kant.
Dit onderscheid tussen fatsoen en beschaving geeft ons volgens Brandsma de mogelijkheid om het debat op een andere manier te voeren. Om de juiste vragen te stellen. Ook aan moslims. "Welke van uw voorstellen voor het inrichten van de samenleving kunnen op de instemming van een meerderheid rekenen? Welke wensen heeft u waaraan een meerderheid in onze samenleving tegemoet zou komen." Met deze uitnodigende vragen maakt een samenleving van haar onderdanen individuen en burgers. Dan gaat het niet meer over 'wij' en 'zij'. Dan gaat het om het lenigen van twee belangrijke tekorten: "het fatsoenstekort op politiek niveau en het beschaafd tekort op persoonlijk niveau". En het aanvaarden van een common ground, namelijk dat de "democratie aan de religie voorafgaat".
Zoals Yamila Idrissi onlangs zei in De Morgen, ziet Brandsma een toekomst voor de Europese homo islamicus, ook al heeft hij het niet makkelijk. Vanuit de periferie bestoken de islamvernieuwers de centra van de islamitische macht met Koraninterpretaties en verklaringen over de universele (en individuele) rechten van de mens. Daar ligt de mogelijkheid om de islam te seculariseren en te bewijzen dat een dynamisch geloof zeer goed verenigbaar is met onze democratische bestuursvormen. Laten we ook maar wakker blijven om de mogelijkheden van de dialoog te benutten.
De hel, dat is de ander is een interessant boek. Misschien wat te theoretisch en te voorzichtig inzake religiekritiek. Maar tussen al het (ook verbale) geweld is het een rustpunt.